Celine van Duijn: Op eenzame HOOGTE

Schoonspringster Celine van Duijn (26) werd in 2018 Europees kampioen op de 10-metertoren in Edinburgh. Daarmee is zij de eerste (en zoals het er nu uitziet voorlopig ook de enige) Nederlandse die EK-goud wint op die hoogte. Een wereldprestatie. Nathalie den Dekker spreekt Celine over haar jeugd, haar bikkelharde trainingen en haar voorbereidingen op haar grote droom: de Olympische Spelen.

OP EEN WOENSDAGMIDDAG IN APRIL ontmoet ik de Europees kampioene schoonspringen Celine van Duijn, na haar training in het Amsterdamse Sloterparkbad, gelegen aan de President Allendelaan. Het beschikt naast een buitenterrein over een 50-meterwedstrijdbad, een doelgroepenbad, een recreatiebad en natuurlijk een springbassin. Daarop afgaande kan Celine niet ver weg meer zijn.

Met haar haren nog nat van de training en een gezonde kleur op haar wangen vangt Celine me op in de gezellige kantine van een van de grootste zwemaccommodaties van Nederland. Dit indrukwekkende complex is echter niet de thuisbasis van de Europees kampioene. Normaal gesproken traint zij bij de Nationale Selectie schoonspringen in het Pieter van den Hoogenband zwemstadion in Eindhoven (sinds 2011).

VIER VERDIEPINGEN

Vanuit de kantine van het Sloterparkbad heb je goed zicht op het springbad van 20 x 15 meter dat maar liefst 5 meter diep is. Die diepte is nodig voor de springtoren met platforms op 3, 5, 7,5 en 10 meter hoogte, aan de andere kant van het bad twee springplanken van 1 meter hoog en twee springplanken van 3 meter hoog. Op de platforms wordt druk geoefend voor de aankomende Amsterdam Diving Cup 2019, maar de 10-metertoren is onbezet. 10 meter… een gemiddelde woonlaag is in Nederland 2,6 meter, dus dat wil zeggen dat Celine een sprong waagt vergelijkbaar met een sprong van een gebouw van bijna vier verdiepingen hoog. Geïntrigeerd en vol ongeloof sta ik naast Celine vanuit de kantine toe te kijken. Het liefst vuur ik uit enthousiasme meteen een hoop vragen op de brunette af, maar voordat ik daartoe de kans krijg, stelt ze me met een vriendelijke glimlach voor een rustig plekje op te zoeken voor het interview. Ze spreekt nog wat laatste dingen door in de kantine met haar trainer Edwin Jongejans, waarna we verderop in het complex gaan zitten.

Edwin Jongejans is sinds 1 januari 2018 trainer van Celine. Makkelijk om een Nederlandse coach te vinden was het zeker niet. ‘In Nederland zijn bijnageen goede coaches meer’, zegt Celine. Sinds het winnen van de Europese gouden plak heeft het springen wel wat meer aandacht gekregen in ons land, maar het blijft een relatief onbekende sport. Er zijn maar weinig mensen in Nederland die oprechte interesse hebben, heeft Celine gemerkt. ‘Mensen kunnen zich moeilijk inbeelden wat het met je doet, hoeveel moeite het kost. Ze zien leuke trucjes, maar het gaat zo veel verder dan dat. Daarbij speelt denk ik zeker mee dat mensen zich niet goed in het schoonspringen kunnen verplaatsen, omdat deze sport nu eenmaal weinig beoefenaars kent. Voetbal is bijvoorbeeld veel toegankelijker. We kunnen allemaal tegen een bal trappen. Schoonspringen daarentegen is net even iets anders. Het is een risicovolle sport waarbij je geen angsten moet hebben. En volledige lichaamscontrole.’

ALLEEN OP DE 10-METERTOREN

Edwin zelf heeft hiervoor elf jaar in Engeland gecoacht. Hij was in 1989 en 1995 de beste van Europa op de 1-meterplank en werd in 1991 wereldkampioen. Zijn zus Daphne was in 1987 de laatste vrouw die EK-goud won. Dat was op de 3-meterplank. De ervaring, technische kennis en positiviteit van trainer Edwin hebben Celine zeker geholpen bij het behalen van haar spectaculaire titel, zegt ze. Helaas kent Nederland weinig professionele schoonspringers. Laat staan vanaf de 10-metertoren. Celine is de enige vrouw in Nederland die een 10-meterprogramma heeft dat waardig is voor internationale wedstrijden. ‘Natuurlijk zijn er weleens dames op een lager niveau die er een keer voor de lol vanaf springen. En er is zeker een jeugdtalentje dat mij misschien in de toekomst zou kunnen opvolgen, maar daar houdt het eigenlijk wel een beetje op. Dat vind ik weleens jammer. Het is juist leuk om concurrentie te hebben en om in een training met meerdere mensen te kunnen staan en ervaringen te kunnen delen. Op de 3-meterplank sta ik vaak met vijf tot acht mensen op een training, maar op de 10-metertoren sta ik altijd alleen.’

Op de vraag of de Europese titel haar leven heeft veranderd, reageert Celine heel bescheiden. ‘Nee. Het is wel een gaaf moment, een droom die uitkomt. Ik heb er een aantal weken echt van genoten, maar daarna is het weer omschakelen naar het normale leven en werken aan je volgende dromen en grootste droom.’ Daarmee doelt de nuchtere atlete natuurlijk op de Olympische Spelen. Zou ze een jaar later Europees kampioen zijn geworden, dan zou ze meteen zijn geselecteerd. De Europese kampioenschappen in Kiev, Oekraïne die in augustus van dit jaar zullen plaatsvinden, bieden een nieuwe kans voor selectie. Maar eerst traint de schoonspringster voor de wereldkampioenschappen in juli van dit jaar in Zuid-Korea. Ook daar kan ze zich kwalificeren.

RONDKOMEN

De Europese titel betekent voor Celine ook een financiële meevaller. Dankzij de titel verkreeg ze haar A-status en werd haar inkomen voor een jaar gegarandeerd. Een jaar waarin ze alles voor de topsport kan geven. Jarenlang heeft Celine, die zeker 30 uur per week traint, de eindjes aan elkaar moeten knopen. Zo heeft ze heel lang nog drie keer in de week lesgegeven aan jeugdtalenten schoonspringen, maakte ze een keer in de week schoon en kreeg ze financiële steun van haar ouders. Als individuele topsporter blijkt het bijna niet te doen om genoeg inkomen te krijgen. Het is een zware periode geweest. ‘Maar je doet het voor een doel en daar heb je alles voor over.’

Op de vraag waar haar doorzettingsvermogen vandaan komt, antwoordt ze: ‘Ik denk van mijn ouders. Mijn moeder heeft altijd gezegd: je moet zelf weten wat je doet,  maar als je ergens voor gaat, ga er dan 100 procent voor en lever geen half werk. Als je iets niet meer leuk vindt, stop dan, maar anders ga je ervoor. Dat doe ik al mijn hele leven. Als ik iets doe, dan wil ik zo goed mogelijk resultaat. Zo goed mogelijk, zo mooi mogelijk.’

Momenteel traint Celine twee keer per dag van maandag tot en met vrijdag. Op zaterdag traint ze één keer. Zondag is rustdag of wedstrijddag. Een training duurt gemiddeld 2,5 tot 3 uur per keer. Zwemmen doet ze nauwelijks. ‘Dat vragen mensen wel vaker. Op trainingen zwem ik eigenlijk alleen terug naar de kant. Wel heb ik dagelijks watertraining. Ik ga twee keer per dag het water in. Ook doe ik veel krachttraining met gewichten en eigen lichaamsgewicht, ik train op core, techniek en heb lenigheidstraining. Daarnaast beschikken we in Eindhoven over een mooie droogspringruimte; een trampolineplank met een blokkenbak gevuld met allemaal schuimkussens erin om delen van je sprong te oefenen. Je kunt niet 30 uur per week van de 10-metertoren springen. Dat is te veel gevraagd van je lichaam. Vaak deel je de sprongen op in stukjes en soms oefen je van de 5 meter of van de 7 meter. Mijn hoofdfocus tijdens trainingen is mijn individuele programma op de 10-metertoren, maar daarnaast spring ik ook van de 3-meterplank synchroon samen met Inge Jansen. Ik sta dus af en toe toch nog samen met iemand op de plank.’

Aan diëten doet de atlete niet. ‘Ik eet gewoon gezond en let zelf op mijn voeding. Af en toe wat lekkers eten doe ik ook zeker wel. Volwassen mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen lichaam. Natuurlijk wil je dat je lichaam er top uitziet en wil je goed zorgen voor je lichaam, maar dat is iemands eigen verantwoordelijkheid. We kunnen altijd voor advies terecht bij een diëtist, maar eigenlijk hebben geen van de dames in het team problemen met hun voeding.’

DE BESTE ACHT

Naast de Europese en wereldkampioenschappen, staan ook de World Series dit jaar nog op het programma. Dat zijn vijf grote internationale wedstrijden over de hele wereld. Alleen de grootsten van de schoonspringwereld mogen daaraan deelnemen. Het gaat dan om de top 8. En daar hoort Celine bij. Ondanks de geringe concurrentie uit eigen land is er genoeg internationale animo en concurrentie. De namen die als eerste in Celine opkomen zijn China, Canada, Maleisië, Mexico, Rusland en Engeland. ‘De 10-metertoren is echt een onderdeel dat je niet zomaar doet. De mensen die daar ingezet worden, zijn van grote kwaliteit. Je kunt niet iedereen op de toren neerzetten. Anders wordt het heel gevaarlijk. Dat zie je wel terug op de 3-meterplank bijvoorbeeld. Daar zijn meer deelnemers, maar daar zitten ook mensen tussen die minder goed zijn. Daardoor lijkt het niveau lager. Velen van hen zouden niet mee kunnen doen op de 10 meter.’

Voor een antwoord op de vraag hoe Celine dan zelf op de 10-metertoren terecht is gekomen, moeten we even terug in de tijd. Celine was namelijk turnster tot haar 16de. Net een niveau onder topsport. Helaas was ze genoodzaakt te stoppen vanwege vele blessures. ‘Als klein meisje had ik altijd al als doel om topsporter te worden. Ik wilde naar EK’s, WK’s en naar de Olympische Spelen. Het maakte me niet uit met welke sport. Toen ik nog turnde, wilde ik dat graag met turnen bereiken, maar op een gegeven moment bereik je een bepaalde leeftijd en gaat de voortgang niet zoals je wilt. Je krijgt blessures. Je gaat nadenken: is dit het wel?’

Celine kreeg te maken met problemen aan haar polsen en enkels, maar haar grootste blessure was haar onderrug. Haar rug en tussenwervels waren overbelast. ‘Dat had effect op mijn hele lichaam. Toen merkte ik dat het klaar was. Turnen is fysiek een zware sport.’

SPRONG IN HET DIEPE

Maar hoe kwam ze dan in het schoonspringen terecht? ‘Dat was via een meisje dat ik kende vanuit het turnen. Ze zei: kom een keer kijken of meedoen, probeer het gewoon een keer. Ik vond het eigenlijk meteen leuk.’ Het schoonspringen, waarmee ze in Amersfoort begon, werd al snel serieus. Celine merkte dat ze in een jaar tijd wel erg hard groeide, van niets kunnen naar de moeilijke sprongen. ‘Op een gegeven moment sprak een trainster uit Eindhoven met mijn vader. Ze zei: als ze echt goed wil worden, dan moet ze naar Eindhoven komen. Ik had net de havo gehaald en wist nog niet wat ik precies wilde doen. Toen besloot ik het een kans te geven. Mijn voornemen was naar Eindhoven te gaan voor een jaar en te zien wat er zou gebeuren. Maar het ging snel. Ik sprong het Nederlandse teamlimiet en eerste EKlimiet. Hier moest ik dus duidelijk verder in gaan.’

Het eerste half jaar reisde Celine elke dag op en neer van Amersfoort naar Eindhoven met de trein: 2,5 uur heen en nog eens 2,5 uur terug. Het tweede half jaar is ze op kamers gegaan. Met de ochtendtrainingen was het vele reizen niet meer te doen. Gelukkig is Celine avontuurlijk ingesteld en ziet ze het als een leuke ervaring om eropuit te gaan en in een andere stad te gaan wonen. ‘Je laat alles wat je thuis had achter en begint helemaal opnieuw. Je gaat ineens 30 uur per week trainen. Dat is bijna een fulltime baan. Omdat je als topsporter niet altijd wordt gefinancierd, moest ik ook nog werken ernaast. Je draait dus volle weken en hebt relatief weinig tijd voor een sociaal leven. Je kunt niet naar feestjes, maar gaat op tijd naar bed, zodat je in de ochtenden vroeg kunt opstaan. Alles is gefocust op de topsport.’

GOEDE BASIS

Gelukkig heeft Celine de voormalige blessures inmiddels goed onder controle. Haar polsen blijven zwak, dus ze springt met tape en braces om. Dankzij fysiotherapie en krachttrainingen is haar onderrug op de juiste manier sterker geworden en verbeterd. Of zoals ze het zelf zegt: ‘Daar valt prima mee te springen nu.’ Op de vraag of het een voordeel is geweest dat ze heeft geturnd, antwoordt ze: ‘Zeker, maar het zijn wel twee totaal verschillende sporten. Als turnster doe je een goede basis op qua kracht, lenigheid, motoriek en coördinatie. Maar een streepje voor op concullega’s heb ik hierdoor niet. Dat zou kunnen als ik op mijn 10de was begonnen met schoonspringen, maar ik ben uiteindelijk pas op mijn 18de begonnen. Ik heb veel van de basis gemist. Het is handig dat ik turnster ben geweest, maar verder begin je als ieder ander in een nieuwe sport weer helemaal onderaan.’

Tot 2015 sprong Celine altijd op de 3-meterplank. Dat jaar vroeg haar coach of ze niet een keer de 10-metertoren wilde proberen. ‘Ik dacht meteen: ik kan het altijd proberen. Want op de 3-meterplank hadden we al veel dames, maar op de 10-metertoren was nog niemand. Er mogen maar twee deelnemers per land meedoen aan internationale wedstrijden, dus er was altijd een groot deel dat niet mee mocht doen. We waren toen in training met ongeveer vier dames. Het is een goede keuze geweest. De eerste sprong was heel eng. Ik heb geen hoogtevrees, maar je weet niet wat voor impact de sprong heeft. Hoeveel tijd je hebt. Het was letterlijk een sprong in het diepe. Maar het geeft zo’n kick daarna. Dat is wat ik zo fijn vind aan de sport: de adrenaline.’

RISICO’S

Zoals duidelijk mag zijn, gaat deze topsport onmiskenbaar gepaard met de nodige risico’s. En ook op dit gebied heeft Celine al enkele beproevingen doorstaan. ‘Een keer deed ik voor het eerst de handstandsprong. Ik gebruikte dezelfde tactiek als op de 7-meterplank waarbij je op je voeten landt, alleen als je dat op de 10-meter doet heb je ruimte over en beland je dus op je buik. Gelukkig werden er vanuit de bodem van het zwembad grote luchtbellen omhoog geblazen, waardoor de wateroppervlakte omhoog komt. Dit ‘breekt’ het water een beetje, wat het water minder hard maakt. Ondanks dat het heel veel pijn deed, heb ik er gelukkig niets aan over gehouden. Daarnaast weet ik nog goed dat ik een keer een makkelijke sprong deed, een achterwaartse hoekduik. Maar ik sprong te dichtbij en raakte de toren. Ook dat liep gelukkig goed af.’

Op dit moment kampt Celine in beide schouders met het impingement syndroom, door de impact van het duiken vanaf de 10-metertoren. Daardoor springt ze pas sinds een klein maandje weer vanaf de toren en loopt ze behoorlijk wat maanden achter op schema. ‘Het loopt nu eenmaal niet altijd zoals je het wilt, maar mijn coach heeft er alle vertrouwen in. Dus aankomende tijd gaan we gewoon heel hard trainen en dan zien we het wel. Ik heb nog een aantal oefenwedstrijden tussendoor. Meer dan mijn best kan ik niet doen. De 10-metertoren is een zwaar onderdeel en dat merk je zeker lichamelijk. Ik maak me meer druk om niet optimaal trainen en presteren, dan dat ik bewust bezig ben met wat het later allemaal met mijn lichaam doet. Ik richt al mijn pijlen nu op de Olympische Spelen van 2020 en daarna kijk ik pas verder. Ik wil naar Tokio en heb daar op dit moment alles voor over. Natuurlijk zijn er bepaalde grenzen en wil je jezelf niet verminken. Soms is het moeilijk om daar realistisch in te blijven.’

BIJNA BLIND

Maar afgelopen november werd Celine met beide benen op de grond gezet. Ze kreeg een infectie aan haar linkeroog en zag er niets meer mee. De arts dacht aanvankelijk aan een parasitaire infectie (de acanta meube keratitis-parasiet) die je kunt oplopen in het water en waar je uiteindelijk blind door kunt worden. Celine gaat dagelijks met lenzen het water in en deze parasitaire infectie komt in zo’n geval vaker voor. ‘Dat was wel echt even een heftig moment. Als dit het echt blijkt te zijn, wat kies je dan? Blind worden of stoppen met de sport? Op zo’n moment besef je dat je ook nog een toekomst voor je hebt als individu en dat er meer is dan alleen de topsport. Gelukkig bleek het een oogontsteking en is het uiteindelijk goed genezen. Maar het heeft me zeker wakker geschud en doen nadenken over de vraag hoe ver je gaat als topsporter om je doel te bereiken. Ik kan nu wel met zekerheid zeggen dat dat heel ver is.’

Hoe voelt het dan als alle ogen na de laatste Europese titel op je gericht zijn en de verwachtingen zo hooggespannen? ‘Dat brengt zeker wel druk met zich mee’, begint Celine. ‘Het idee dat je aan verwachtingen moet voldoen is soms zeker lastig. Schoonspringen is een jurysport. Het hangt niet alleen van jezelf af, maar ook van de jury. Het gaat om een momentopname. Je moet moeilijke sprongen op een bepaald moment goed kunnen laten zien. Er kan veel gebeuren. Dus je voelt zeker druk. De kunst is kunnen loslaten en te springen voor jezelf.

‘Door alle wedstrijden doe je ervaring op en uiteindelijk vind je een methode voor jezelf waardoor je je zo comfortabel voelt, dat je je kunt focussen. Door verschillende dingen te proberen leer je ook veel. Bijvoorbeeld, iedereen die een wedstrijd doet, wil zo goed mogelijk presteren. Je wilt dit, je wilt dat. Maar het helpt niet altijd om dat te denken, want dan gaat het juist fout. Je wilt het extra goed doen, dus de kans dat het fout gaat is dan extra groot. Dat doe je ook niet tijdens trainingen. Natuurlijk probeer je je niveau in trainingen omhoog te krijgen en dat toe te passen op de wedstrijd. Maar je kunt niet je niveau ineens in de wedstrijd nog omhoog halen. Ik heb mezelf daarom aangeleerd om juist hetzelfde te doen als ik altijd doe tijdens trainingen. Niet meer en niet minder. Me op dezelfde details focussen. Dat heeft mij erg stabiel gemaakt.’

ERKENNING

De A-status die Celine kreeg dankzij de Europese titel heeft haar het afgelopen jaar financiële rust gegeven, maar ook dit jaar hoopt ze het opnieuw waar te kunnen maken in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2020. ‘Ik hoop dat mijn prestaties de sport wat meer erkenning zullen geven. Er zijn maar weinig schoonspringers in Nederland. Er is behoefte aan nieuwe talenten die in de toekomst Nederland willen gaan verdedigen. Het is een unieke sport met adrenaline, waarbij je grenzen kunt verleggen, dingen kunt doen die niet iedereen zomaar kan. Je ontwikkelt controle over je lichaam.’

De tijd is gevlogen. Ik vraag Celine nog een laatste tip voor de lezer ter afsluiting. ‘Mijn slogan is altijd: if you can dream it, you can do it. Probeer je dromen waar te maken. Geef nooit op. Luister niet naar wat anderen van je vinden. Er zullen altijd mensen zijn die zeggen dat het niet realistisch is. Dat je het niet haalt. Dat je het niet kunt. Die mensen moet je filteren. Jij hebt een droom, daar moet je zelf voor werken. Het komt niet aanwaaien.’ En met deze wijze woorden om te overdenken, dank ik Celine hartelijk voor het openhartige en inspirerende gesprek en duim ik met de rest van Nederland mee dat we haar inderdaad terug gaan zien op de volgende editie van de Olympische Spelen.


advertentie
  • Gassan
  • Gelderlandplein
  • APS
  • Charlene Van Den Eng
  • MastersOfLxry
  • Knap
  • WhiteCanvas

Jaarabonnement XXXL

NEEM NU EEN JAARABONNEMENT EN ONTVANG AMSTERDAM XXX
4X PER JAAR VOOR € 25!

Wil je er zeker van zijn dat je geen enkel interview, sappig verhaal, leuke column of nieuwe hotspot in Amsterdam mist? Neem een XXXL abonnement en ontvang voortaan elke 3 maanden AMSTERDAM XXXL op je deurmat voor maar €25,- per jaar! Ook superleuk als cadeau.

XXXL in de winkel

Het magazine AMSTERDAM XXXL is te koop in heel Nederland. Vul hiernaast je locatie in en zie waar de dichtstbijzijnde winkel is. 

STORELOCATOR XXXL

Losse verkoop XXXL

Editie 12

September 2019

Mis je een van de vorige edities en zou je deze graag aan je AMSTERDAM XXXL collectie toevoegen of ben je gewoon nieuwsgierig naar een specifiek interview of foto’s van een evenement in een van de vorige edities? 
Iedere editie is los te verkrijgen voor maar € 7,95!

Editie 11

Sptember 2019

Editie 10

maart 2019

Editie 9

december 2018

Editie 8

september 2018

Editie 7

juni 2018

Editie 6

Maart 2018

Editie 5

December 2017

Editie 4

Oktober 2017

Editie 3

Juni 2017

Editie 2

Maart 2017

Editie 1

November 2016

AMSTERDAM
XXXL

onderdeel van Gooische Media Groep B.V.

Jimena Rico & Mark Teurlings

Willemsparkweg 193
1071 HA Amsterdam

E-mail: info@amsterdamxxxl.nl

Jimena & Mark

Een ding dat Jimena Rico en Mark Teurlings gemeen hadden, en nog steeds hebben: een grote liefde voor de stad Amsterdam! Uit deze liefde is dan ook het idee geboren om een magazine geheel te wijden aan deze prachtige stad. En als zij het doen, dan doen ze het goed. Het kon namelijk niet ‘zomaar’ een glossy worden, maar het moest van een ander kaliber zijn: Een chique uitstraling, mooi voor in een collectie, eigentijds en voor ieder wat wils. En dat is gelukt! Ondertussen is het team gegroeid en blijft AMSTERDAM XXXL zich ontwikkelen.


Colofon

Hoofdredactie Jimena Rico & Mark Teurlings 
Artdirection & vormgeving Saskia Geleedts 
Fotografie Peter Boudestein & Hans Petersen 
Coördinatie & eindredactie Esther Hoff